Jongeren samen op reis

Internationale publicaties over het jeugdtoerisme zijn vaak geconcentreerd op reizen in de vroegmoderne tijd óf op reizen in de periode na de Tweede Wereldoorlog met de komst van het massatoerisme en de backpackers. De eerste helft van de twintigste eeuw blijft vaak onderbelicht.1 In de Lage Landen is het wetenschappelijk onderzoek naar jeugdreizen in deze periode zeer schaars en beperkt zich tot de vakantiekolonies en het vermelden van zomerkampen in publicaties over het verenigingsleven en de jeugdbeweging.2 Lange tijd hebben Nederlandse historici zich louter geconcentreerd op een specifieke vorm van jeugdreizen in de vroegmoderne tijd: de Grand Tour. Ook de Lage Landen kende haar eigen Groote Tour als educatiereis in de zeventiende eeuw.3 Hoewel het idee bestaat dat vooral jonge mannen deze reis ondernamen, gingen ook vrouwen op reis.4

Vooroorlogse jeugdreizen zijn echter veel breder dan de Grand Tour alleen. Aan het einde van de negentiende eeuw werd het ook voor Europese en Amerikaanse jongeren uit de middenklasse, kinderen van bijvoorbeeld ambtenaren, winkeliers, geschoolde vaklieden en onderwijzers, mogelijk om alleen, in een groep of met familieleden op reis te gaan. In het begin van de twintigste eeuw maakten Amerikaanse jongeren met (een van) hun ouders of andere familieleden reizen naar Europa per schip.5 Jongerenreizen van voor de Tweede Wereldoorlog worden gekenmerkt door de inmenging van volwassenen. Zij richtten de reis- en jeugdorganisaties op, traden op als leiders en steunden de organisaties financieel.6 Er waren echter ook uitzonderingen: in de jaren dertig was in de Verenigde Staten ook het zogenaamde tramping populair, waarbij jongens tot 21 jaar, alleen of in kleine groepjes, te voet over het continent trokken.7

Ook in Europa ging de jeugd in deze periode alleen eropuit. De Duitse Wandervögel is een van de eerste en bekendste vrije jeugdbewegingen die in 1901 werd opgericht. De jongeren trokken in hun vrije tijd de natuur in om te wandelen, muziek te spelen, liederen te zingen en te dansen. Ze, zowel jongens als meisjes, wilden weg van de individualisering, massificatie en industrialisatie van de stedelijke samenleving en keerden zich af van de verslapping van de zeden die de moderne tijd met zich meebracht.8 In Nederland wordt de Kweekelingen Geheel Onthouders Bond (KGOB) als eerste vrije jeugdbeweging gezien. Net als de Wandervögel was de KGOB een idealistische jeugdbeweging die tot doel had de maatschappij van binnenuit te veranderen. In het begin van de twintigste eeuw waren vrije jeugdbewegingen, die door jongeren zelf werden bestuurd en opgericht, een uitzondering. Volwassenen hadden in de organisatie en financiering vaak de overhand.9

De jeugdbeweging is van grote betekenis geweest voor het verspreiden van een nieuwe vorm van vrijetijdsbesteding: het naar buiten gaan en kamperen.10 Ook de ideologie van de vrije jeugdbeweging werd overgenomen door verschillende sport-, scouting en reisverenigingen die in de loop van de twintigste eeuw werden opgericht.11 De verenigingen hadden tot doel om jongeren tegen de gevaren van het moderne, stadse

  

 

leven met zijn zelfzucht, industriële klimaat, alcoholisme en onzedelijk vermaak te beschermen. De vrijetijdsbesteding die deze verenigingen organiseerden waren initiatieven om de jeugd individueel te vormen en tegelijkertijd een gevoel van volkseenheid bij te brengen. Deze eenheid kon worden gecreëerd door een terugkeer naar de natuur en het vroegere, eenvoudige, gemeenschappelijke leven. De kampen en tochten die deze verenigingen organiseerden, gaven een impuls aan de jongerenreizen.12 In de jaren twintig werden in Nederland de eerste jeugdherbergen opgericht om aan de vraag naar goedkope tijdelijke verblijfplaatsen van verenigingen te voldoen. De komst van jeugdherbergen stimuleerde vervolgens ook de schoolreizen.13

Anders dan de jeugdorganisaties ontstonden de Tarakan- en Slamat­reizen niet in de eerste plaats vanuit ideologische redenen, maar, zoals in de volgende paragraaf zal blijken, lagen economische motieven aan de reizen ten grondslag. Echter, de rederijen haakten met de opzet en invulling van de reizen wel in op de populariteit van de jeugd- en schoolreizen. Bovendien speelden zij in op het romantische sentiment van die tijd: het schip smeedde de jongeren tezamen en bracht hen terug naar de natuur.

Cruisereizen voor de jeugd

De populariteit van jeugdverenigingen en hun vakantiereizen waren voor de SMN en RL de inspiratiebron om in de jaren dertig cruisereizen voor de jeugd te organiseren. Vanaf het begin van de twintigste eeuw kampten de RL en de SMN met teruglopende inkomsten, omdat het emigrantenvervoer – de voornaamste bestaansreden van de rederijen – sterk terugliep. Om de economische crisis van de jaren dertig te boven te komen, riepen de RL en de SMN naast hun reguliere lijndiensten cruisereizen in het leven voor volwassenen én jongeren.14 Omdat het vrachtschip Tarakan in de zomermaanden niet in de vaart was, werd dit schip door de SMN tijdelijk omgedoopt tot ‘kampeerschip’ voor jongens. Met de reis konden ongeveer 500 jongens mee. Ze sliepen in het ruim in britsen van twee hoog en wasten zich aan dek bij speciaal voor de Tarakanreizen geïnstalleerde kranen. Net als bij een echt kamp dienden de jongens hun eigen slaapzak, lakens, eetgerei en veldfles mee te nemen en sliepen op stromatrassen en –kussens. Ook moesten ze corveediensten vervullen, zoals aardappels schillen, tafeldekken, afruimen en afwassen.15

De RL had voor het passagiersschip Slamat ook geen werk in de zomermaanden. Zodoende werd het schip ingezet voor enkele meisjesreizen. In tegenstelling tot de Tarakan was de Slamat een passagiersschip met een eerste-, tweede-, derde- en vierde-klasseindeling. De meisjes sliepen in slaapzalen en in hutten en hadden een gedeelde of eigen wastafel. Reizigster Laura, een hbs-er uit Amsterdam, schreef over de accommodatie: ‘Het blijkt een 1e klasse hut te zijn, voor slechts 2 personen. Ik vind dit fijn, we hebben nu elk een wastafel en linnenkast. Een grote patrijspoort en diverse ventilatoren zorgen voor de frisse lucht’.16

Om de reizen voor de jeugd, en vooral hun ouders, aantrekkelijk te maken, waren de reizen relatief goedkoop. Een gemiddelde cruisereis voor volwassenen kostte in de jaren dertig tussen de 50 en 250 gulden, exclusief kosten van landexcursies.17 De jongensreizen kostten de eerste twee jaar 25 gulden per persoon en in 1939 30 gulden.18 De passagierstarieven van de Slamat varieerden tussen de 30 en 50 gulden, afhankelijk van de slaapgelegenheid. Ondanks de lagere kosten waren de reizen voor arbeidersgezinnen veelal te duur. De reizen spraken zodoende vooral jongeren uit de elite en gegoede middenklasse aan. Naast de reguliere reizen, die voor jongeren van alle gezindten toegankelijk waren, werden ook speciaal reizen voor katholieke jongens en meisjes georganiseerd. In tegenstelling tot de RL leende de SMN de Tarakan ook uit aan jeugd- en reisverenigingen, zoals de Nederlandsche Reisvereniging, de Nederlandsche Reisvereniging voor Katholieken en de protestants-christelijke Amsterdamsche Maatschappij Voor Jongemannen (AMVJ). Jongeren van allerlei pluimage gingen dus per schip op reis.

De jongensreizen vonden plaats in 1935, 1936 en 1939 en gingen allemaal naar Noorwegen. In totaal werden achttien reizen ondernomen waarbij per reis plaats was voor zo’n 500 jongens. De Slamatreizen uit 1935, 1936 en 1937 hadden als bestemming respectievelijk Noorwegen, Schotland en Engeland. Het aantal meisjes dat meeging met de vier tochten die doorgang hebben gevonden, een naar Noorwegen, twee naar Schotland en een naar Engeland, lag rond de 400 reizigers. De jongeren dienden zich individueel of in groepsverband van vijftien personen aan te melden. Aan boord en aan wal stond iedere groep onder toezicht van een leider of leidster, die zich samen met de groep of afzonderlijk kon opgeven, en geen reiskosten hoefde te betalen.19

De Slamatsters en Tarakanners brachten veel tijd door op het schip. De cruisereizen in de jaren dertig waren anders dan de cruisereizen van tegenwoordig. De jeugd diende zich te vermaken met het spelen van bordspellen, lezen van boeken en bespelen van muziekinstrumenten. Ook konden zij na het ontbijt meedoen met de gymnastiekoefeningen aan dek.20 De Slamat had zelfs een zwembad. De laatste dag aan boord werden altijd speciale activiteiten georganiseerd. Zo waren er dekspelen en sportwedstrijden en werden door de passagiers cabaret en eenakters opgevoerd. Als het schip aangemeerd lag, maakten de jongeren lange wandelingen van soms wel zeventien kilometer over bergpaden en geasfalteerde wegen. Ook maakten zij autotochten, bezochten toeristische attracties en kochten souvenirs voor zichzelf en hun vrienden en familie.21

Uit de opzet van de reizen blijkt dat de meisjes meer in de watten werden gelegd dan jongens. Zo hoefden de Slamatsters geen corveediensten uit te voeren en verzorgde de rederij het bedlinnen en het diner van de meisjes. Ook stond het personeel, waaronder Javaanse bedienden, de gehele dag tot hun beschikking. Zelfs tijdens de wandelingen aan wal begeleidden de Javaanse jongens de meisjes over moeilijk begaanbare stukken. ‘We hebben de Javaan maar aan te roepen en worden dan op onze wenken bediend’,22 schreef Laura in haar reisverslag.

Terwijl de jongens aan boord van de Tarakan hun eigen lunchpakket moesten klaarmaken, bestaande uit de in die tijd bekende Tarakanbollen, stond voor de meisjes iedere dag een lunchpakket gereed. Een Slamatster uit Zwolle verhaalde: ‘We kregen bij het weggaan van den kapitein allemaal een doos met broodjes en versnaperingen mee. We zouden dien dag pic-niccen bij een gletscher. Het werd een reusachtig mooie wandeltocht van minstens 5 uur loopen.’23 De brochure van de RL vermeldde in 1935 nadrukkelijk dat de reizen met de Slamat géén kampeerreizen waren. Daarentegen werden de reizen aangeduid als ‘plezierreisjes voor meisjes’.24 Dit wil echter niet zeggen dat de jongensreizen niet om vermaak draaiden. Beide reizen combineerden recreatie met educatie, bijvoorbeeld in de vorm van lezingen over het vakantieland die de leiders en gidsen hielden aan boord. Het verschil tussen

  

 

de opzet van de Slamat- en Tarakanreizen lag vooral in het comfort aan boord.

Dit comfortverschil was niet gebaseerd op ideologische beweegredenen van de rederijen. Het was eerder een toevalsfactor. Deze schepen waren nu eenmaal vrij in de zomer en de rederijen zochten een winstgevende bestemming. Bovendien was het idee van de rederijen dat mensen, die in hun jeugd een fijne vakantiereis per schip hadden gemaakt, dit in hun volwassenleven sneller weer zouden overwegen. Of dit nu een omgebouwd vrachtschip of een passagiersschip was, maakte niet uit. In de volgende paragrafen zullen we zien dat journalisten onder andere de opzet van de reizen en de verschillen tussen schepen gebruikten om hun genderbeelden te illustreren.

De (sensuele) queeste als masculiene activiteit

In ruil voor publicaties om jongeren en ouders in Nederland en Nederlands-Indië te enthousiasmeren mochten journalisten van verschillende nieuwsbladen gratis meevaren. Een gevolg hiervan was dat van de jeugdreizen uitgebreid verslag werd gedaan en lezers van allerlei gezindten werden bereikt. In hun verslaggeving waren de journalisten alleen maar positief over de reizen. De verslaggeving van de journalisten is daarom een vorm van reclame. Volgens antropoloog Noel Salazar kan de toeristische industrie niet zonder het creatieve gebruik van verleidelijke en beperkende denkbeelden over mensen en plaatsen. Reclame heeft de neiging om dominante ideeën, die leven in de samenleving waarin de advertenties worden gevormd, te verhalen en te versterken.25 Denise Kervin beweert dat dit ook geldt voor dominante ideeën over gen­der.26

Gender en toerisme zijn volgens sociale wetenschappers Annette Pritchard en Nigel Morgan nauw verbonden: ‘Tourism itself is a product of gendered societies […] its processes are gendered in their construction, presentation, and consumption’.27 Ze beweren dat, tot op de dag van vandaag, veel toeristische reclameteksten worden geschreven vanuit een patriarchale visie die twee tegenovergestelde genders impliceert en ze tegen elkaar afzet. De noties van mannelijkheid en vrouwelijkheid creëren volgens de wetenschappers ongelijkheid en onderdrukking. De toeristische landschappen zijn namelijk geconstrueerd als ‘mannelijk’ ten behoeve van de bewegingen en het plezier van de man en dit heeft vaak de exclusie en isolatie van vrouwen tot gevolg.28 Historici en literatuurwetenschappers hebben ook gewezen op het reizen als masculiene activiteit in het verleden. Dúnlaith Bird stelt dat de conventies omtrent het reizen worden geassocieerd met mannen en masculiene voorrechten, ondanks dat vrouwen altijd hebben gereisd.29 Dergelijke ideeën komen, zoals we zullen zien, ook terug in de berichtgeving over de Tarakan- en Slamatreizen.

Naast een vorm van reclame zijn de verslagen van journalisten ook reisbeschrijvingen. De journalisten stapten aan boord en schreven over hun belevenissen en observaties. Volgens Carl Thompson wordt een reis binnen het literaire genre reisbeschrijvingen, fictie en non-fictie, veelal opgevat als een rite van masculiene zelfrepresentatie. In hun pogingen om een beeld van voorbeeldige mannelijkheid te presenteren, gebruikten schrijvers in de achttiende, negentiende en twintigste eeuw overeenkomstige personages, motieven en narratieven die hun oorsprong hebben in de Middeleeuwse ridderepiek. In de reisverhalen zijn ridderlijkheid, dapperheid en heldendom veel voorkomende thema’s. Het motief van de reis is de queeste, of zoektocht, die de reiziger in allerlei avonturen doet belanden. Tijdens de zoektocht van de hoofdpersoon wordt een beroep gedaan op de fysieke kracht, vindingrijkheid, deugden en religieuze toewijding van de reizigers. Thompson beweert dat in verschillende reisverslagen en romans de kenmerken rusteloosheid, avontuur en beweging worden toegekend aan de man. De tegenovergestelde varianten worden aangeduid als vrouwelijk. Vrouwen worden in reisverhalen vaak verbeeld als verraderlijke verleidsters en erotische fantasiefiguren die de mannelijke held afleiden van zijn reis.30 Ook werd het reizen volgens Emma Robinson-Tomsett verbonden met liefdesaffaires: veel romans en korte verhalen over romantiek speelden zich af in het buitenland. Op die manier kan het reizen als een sensuele queeste opgevat worden.31

De thematiek en narratieven van het genre reisbeschrijvingen komen ook terug in de reisbeschrijvingen van de Tarakanreizen. Opvallend is dat de journalisten elementen van de reis beschrijven als een queeste waarin ‘obstakels’ op reis overwonnen, veroverd of getrotseerd worden, bijvoorbeeld de beschrijvingen waarin de jongens in aanraking komen met zeeziekte. ‘We zaten in ons eerste zeeavontuur’, vermeldde Het Volksdagblad.32 ‘De golven van de Noordzee speelden een wild spel met onze Tarakan en zij lieten het schip vreemde capriolen maken. Wij Tarakanners trachtten ons te bewegen op zeebenen, maar dit werd een hopeloze vertoning, temeer, toen Neptunus zich er mede bemoeide en zijn tol kwam eisen. Meer dan vierhonderd stoere Tarakanners streden een ongelijke strijd tegen de zeeziekte. Meer dan vierhonderd Tarakanners verwensten uren achtereen het zilte nat en dachten met groot verlangen aan de behouden wal.’33 Desondanks ‘versloegen’ de Tarakanners de zeeziekte: ‘Pas toen de Noorse kust in zicht was gekomen en de meeste Tarakanners in hun kooi de zeeziekte overwonnen, werd de zee kalmer. Wij hadden de schaduwzijden van het zeeleven leren kennen, meer dan ons lief was.’34Panorama verhaalde: ‘De zeeziekte, geholpen door de verraderlijke deining, doet ’n aanval op de opvarenden, die echter glansrijk wordt afgeslagen.’35

Volgens de verslaggevers van de Slamatreis ondergingen de meisjes de zeeziekte passief, in plaats van het te trotseren, zoals de jongens deden. Over de zeeziekte vermeldde De Telegraaf alleen:‘de hele boot was zeeziek’.36 Het Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant schreven: ‘De zee was intusschen niet zoo kalm meer en ’s nachts om een uur of drie lag de helft van de passagiers in de dekstoelen. De narigheid van de zeeziekte was al begonnen. Den volgenden dag waren alle meisjes op een paar na zeeziek. […] Naar dien zondag zal niemand meer terug verlangen. We gingen ’s avonds heel vroeg naar bed’.37

Naast de zeeziekte wordt in de verslaggeving over de Tarakanreizen ook de ontmoeting met de Noorse meisjes als een queeste beschreven. ‘Driehonderd Tarakanners veroveren Noorwegen en de Noorsche meisjes worden niet vergeten!’, kopt Het Vaderland in 1939. In het artikel is vervolgens te lezen: ‘Op het dek staan de driehonderd Tarakanners van ongeduld te trappelen tot de sloepen gestreken zijn. Iedereen verlangt er naar kennis te maken met het Noorsche land en – gek, waarom zouden we het niet eerlijk bekennen – met de Noorsche meisjes, waarover de jongens van vorige Tarakanreizen zulke geestdriftige verhalen hebben opgehangen’.38 Deze passage brengt naar voren dat het veroveren van het ‘Noorse vrouwen hart’ als een onderdeel van de reis wordt gezien. Het reizen krijgt hierdoor een sensuele component met de Noorse meisjes als verleidelijke, vrouwelijke figuren.

Vervolgens vindt de ontscheping plaats en roeien de jongens naar de kant. Eenmaal uit de sloepen vangt de wandeling aan. Onderweg komen de jongens schitterende natuurtaferelen tegen. Na een tijdje gewandeld te hebben kunnen ze de Tarakan in het fjord zien liggen. ‘Maar hoe mooi het ook is’, verhaalt de journalist, ‘de jongens zijn toch teleur-

  

 

gesteld, omdat ze nog geen enkel Noorsch meisje gezien hebben’.39 Uiteindelijk worden ze gevonden in een souvenirwinkel: ‘En de moeite wordt beloond, want achter de toonbank staan de langverbeide, veelgezochte Noorsche schoonen met blond haar en blauwe oogen. En als een van de overmoedigen dan zijn ‘Jeg elsker dig’ laat hooren dan heeft dat wel degelijk resultaat. De een kijkt verrast op en lacht vroolijk, de ander krijg een kleur en een derde probeert te doen alsof ze niet gehoord heeft en buigt zich ver over de artikelen, welke ze aan het verkoopen is.’40

Een dag later beschrijft de krant het afscheid, waarbij alleen de meisjes treuren en de jongens niet: ‘De noorsche meisjes hebben nog altijd hun bijzonderen belangstelling en soms wordt er in enkele uren reeds zoo’n innige vriendschap gesloten, dat de meisjes de Tarakanners naar de boot gaan brengen. Trotsch als een pauw stappen ze, met hun Noorsche schoone langs het water, praten honderd uit en slaan geen acht op de soms spottende, soms plagende opmerkingen van andere Tarakanners die of al aan boord zijn of langs komen. Dan de eerste stoot op de stoomfluit. Er ontstaat beweging in de groepjes op de kade. Afspraken om te schrijven worden gemaakt, adressen opgeschreven, vlug nog even een foto temidden van de Noorsche meisjes, een handdruk een laatste armzwaai … En de Tarakanners klimmen aan boord, een treurende Inge of Onne of hoe ze verder mogen heeten achterlatend.’41

De Tarakanners hoefden niet bedroefd te zijn over het afscheid, want de Noorse meisjes waren immers niet het hoofddoel van de reis: ‘Inge verdient adoratie welke overigens wel niet blijvend zal zijn. Te veel zijn de indrukken der jongens op deze reis, dat een vluchtige kennismaking niet zou vervagen’, aldus het Algemeen Handelsblad.42 Niet de queeste naar de Noorse meisjes, maar het vormende element was voor de journalisten veel belangrijker, zoals het stimuleren van weerbaarheid voor het volwassenleven: ‘Die Tarakanjongens … met hun leuke, frissche Hollandsche koppen, met hun oogen twinkelend van blijdschap! Een oogenblik ontroeren ze me door hun vreugde, door hun uitgelatenheid. Velen hebben hun studie beëindigd, alleen staan ze in de haven van het leven, dat hard is en knauwt en desillusioneert … maar toch … als ze straks onverhoopt op de levenszee tegenwind krijgen, dan zal de herinnering aan deze heerlijke dagen hun schragen en steunen op hun moeilijke vaart door het leven’, aldus De Heldersche Courant.43

De ontmoetingen van de Tarakanners en de Slamatsters met de lokale meisjes en jongens is een van de meest opmerkelijke verschillen tussen de berichtgeving over de Tarakan- en Slamatreizen. Net als de

  

 

Tarakanners worden de Slamatsters in Noorwegen, Schotland en Engeland enthousiast ontvangen door de bevolking. De meisjes worden echter niet onthaald door bewonderaars van het andere geslacht. ‘De Tarakannners hebben hun Inge gehad, het meisje dat een eindweegs met de boot liep; de Slamatschen werden niet geïmponeerd door een of ander Noorsch jongeling. Er was “een knulletje” geweest, die een groep meisjes op een tocht naar een boerderij had begeleid en die indruk had gemaakt, doordat hij acht broodjes verorberde, die de meisjes hem van haar voorraad hadden gegeven’, schreef De Telegraaf.44 Deze passage indiceert dat de Slamatsters waren uitgesloten van de sensuele ­queeste die de jongens volgens de journalisten wel ondernamen. Een journalist van de Leeuwarder Courant vermeldde dat Schotse jongetjes van een jaar of tien, de meisjes van alles vertelden over de Lochs en een enkeling was zelfs zo vrij om het fototoestel van een meisje te dragen.45 De journalist spreekt over ‘jongetjes’, die voor meisjes vanaf veertien jaar niet als een potentiële vakantieliefde konden worden gezien. Het sensuele aspect is hier dus niet aanwezig. Verder zijn in de verslaggevingen geen referenties te vinden aan Noorse, Schotse of Engelse jongens. De Telegraaf maakte wel melding van enkele ‘Noorse inboorlingen, die stilletjes langs de valreep aan boord gekomen waren’.46 Ze werden echter al gauw van het schip verwijderd. Of dit jongelingen betrof, is onduidelijk.

Hoewel jongens de Noorse fjorden ‘doorzwierven’ op zoek naar Noorse meisjes was een dergelijke sensuele zoektocht niet voor de Slamatsters bedoeld. In de beschrijvingen fungeerde de reis voor de jongens om zich te laten raken door het schoon dat zich in Noorwegen bevond, de vrouwelijke bevolking incluis. De verlangens van de meisjes werden daarentegen louter bevredigd door de natuur: ‘De zee maakt zorgenvrij (hetgeen niet hetzelfde is als zorgeloos), de zee stilt het romantische verlangen van het meisjeshart’, aldus De Telegraaf.47

Moderniteit

Door terug te grijpen op thema’s uit literaire reisbeschrijvingen gaven de journalisten ook uiting aan een romantisch gevoel van onbehagen met de moderniteit. Marjet Brolsma beweert dat het Interbellum wordt gekenmerkt door dit gevoel. Volgens de historicus ontstond in deze periode een hang naar vrede, eenheid en een nieuw religieus solidariteitsgevoel in Nederland. De economische crisis van de jaren dertig en de opkomst van het nationaalsocialisme zorgden voor verdeeldheid en spanningen onder de Nederlandse burgers. De periode tussen de twee wereldoorlogen kenmerkte zich door een gevoel van nostalgie naar de samenleving vóór de moderne tijd, ingegeven door een afkeer van het heden: een romantisch sentiment dat zijn wortels heeft in de achttiende en negentiende eeuw en eveneens werd uitgedragen door de eerder aangehaalde vrije jeugdbeweging.48

Het schip en de zeereis werden door journalisten beschreven als middelen om de jeugd tot een eenheid samen te smeden. Volgens De Telegraaf bracht het schip ‘eenheid onder 450 heterogene gedachten en gevoelens. Die eenheid – en dit moet hieraan onmiddellijk toegevoegd worden – was op de Slamat van den Rotterdamschen Lloyd, die de meisjes op een van de vacantiereizen naar Rothesay (Schotland) bracht.’49 Ook aan boord van de Tarakan heerste volgens De Heldersche Courant eenheid en eensgezindheid: ‘Aan boord van de Tarakan zijn geen partijen – daar is geen verdeeldheid, en bestaan geen standen. Daar zijn alleen Nederlandsche jongens, die genieten van het leven, van het mooie en rijke, het gezegende dat de Schepper van Oceanen en aarde den menschenkinderen geeft. Die eenheid heeft de maatschappij, die met eere den naam “Nederland” draagt, gewrocht! […].’50 Ook het Algemeen Handelsblad is van mening dat het reizen de jongens verbindt: ‘Die reis, die zonder twijfel zooveel heerlijks bieden zal en zooveel leerzaams, die den blik verruimt, die mogelijk kameraadschap kweekt en goede vriendschap nalaat.’51

Historicus Marianne Vogel stelt dat moderniteit ‘een gender heeft’ en dat gender een onmisbare categorie is om het moderniteitsproces in de periode 1900-1940 te begrijpen.52 Historicus Madelon de Keizer beweert dat in de eerste helft van de twintigste eeuw de tweedeling van het mannelijke en het vrouwelijke een dominante rol speelde in de culturele omgang met de moderniteit en dat sociale en culturele veranderingsprocessen werden opgevat in termen van mannelijk en vrouwelijk. De houding jegens de moderniteit was ambivalent, want naast de negatieve aspecten leidde de moderniteit in de periode 1900-1940 ook tot positieve veranderingen, bijvoorbeeld voor de vrouw. Zo werd het vrouwenkiesrecht ingevoerd, ontstonden er nieuwe vormen van vrijetijdsbesteding en werd het (hoger)onderwijs uitgebreid voor meisjes, wat allemaal van invloed was op de beweegruimte, keuzemogelijkheden en ontwikkeling van vrouwen.53 Dergelijke aspecten werden echter niet naar voren gebracht in de verslaggeving. De journalisten brachten, bewust of onbewust, een genderdifferentiatie aan in hun beschrijvingen en benadrukten zodoende dat meisjes het best tot hun recht kwamen in het moderne, geciviliseerde leven en de jongens in het primitieve en de natuur.

De journalisten schreven dat het stadse leven en de moderniteit de Tarakanners benauwden en hen beletten om ‘echte’ jongens te zijn. De journalist van het Algemeen Handelsblad stelt dat de Tarakan de jongens de mogelijkheid biedt om te laten zien hoe ze werkelijk zijn: ‘los van conventie, los van pose; jongens, zooals zij zijn met hun fouten, maar ook – en vooral – met hun goede eigenschappen. En die overheerschen, ondanks alle moderniteit. De Tarakan heeft bewezen, dat de jongens – jongens zijn gebleven. Dat is het heel mooie van deze kampeerreizen.’54 Wat zijn volgens de journalisten ‘echte jongens’ en welke eigenschappen worden tijdens de reizen naar voren gebracht?

De journalisten waren van mening dat het reizen op zee voor de jongens een aantal vrijheden met zich meebracht. Hier mochten zij namelijk rusteloos, avontuurlijk en beweeglijk zijn. Zo schrijft Het Vaderland: ‘Typisch is de groote vrijheid, die de jongens hier aan boord hebben. Ze hollen en draven overal rond en mogen alles bekijken.’55 In De Tijd kunnen we lezen dat de jongens zich ook ’s nachts niet rustig hielden: ‘Wat het leven aan boord betreft: ik geloof als men ons voor een volgenden keer zou vragen, wat we liever wilden, een passagiers- of een vrachtschip, dat het antwoord dan eenstemmig (hoewel in verschillende dialecten) zou zijn: een vrachtschip. Daarop is voor ons immers de eenige kans om ’s avonds bij het naar bed gaan zoveel pret te maken als in de afgeloopen week. Dat die pret zelfs zoover ging, dat er een speciale nachtwacht van leiders moest worden ingesteld, pleit eerder voor dan tegen de stemming aan boord.’56

Naast de beweeglijkheid en rusteloosheid, konden de jongens zich op reis ontdoen van de netheid, die thuis wel heerste: ‘Tafelmanieren – wie zou daarover durven spreken aan boord van ’t kampeerschip Tarakan. Is het niet juist een van de grootste attracties van deze reis, dat een deel van de vreeselijk nette beschaving met de anderen in IJmuiden is achtergebleven en dat de Tarakanners zich eens heelemaal kunnen uitleven zonder op hun vingers getikt te worden. O, als al die bezorgde moeders en alle-aandacht-aan-de-opvoeding-bestedende-vaders eens één maaltijd zouden kunnen meemaken, dan zouden ze sprakeloos staan te kijken en er waarschijnlijk aan gaan twijfelen ooit een behoorlijk, welopgevoed mensch van hun zoon te kunnen maken’, aldus Het Vaderland.57

Netheid was een eigenschap die door de journalisten niet aan de jongens werd toegekend. De jongens waren hier vanwege hun rusteloze en beweeglijke karakter niet voor gemaakt, op enkele uitzonderingen na. Als de jongens hun corveediensten uitvoerden, maakten zij zichzelf of hun taak meestal vies. Helderheid en netheid werden zo impliciet toegeschreven aan het domein van de vrouw. Een journalist van Het Vaderland schreef: ‘Wel, onder de Tarakanners zouden werkelijk heel geschikte ‘dienstmeisjes’ schuilen. Zoo handig als sommigen met den bordenkwast en den theedoek weten om te gaan. Maar er zijn er ook – en zelfs heel veel – die het niet zoo nauw nemen met de helderheid en de zuiverheid. Een-twee-drie wordt de heele vuile boel van de vijftien jongens uit één groep in het zeepsop gegooid. Alles wordt even goed door elkaar geschud en … de boter, de vettigheid, de klevige jam, welke dan nog op borden en messen is achtergebleven wordt er wel met den theedoek afgewreven.’58 Corveeklussen zijn niet leuk om te doen, maar gelukkig kunnen de jongens goed met elkaar opschieten, hetgeen volgens de journalist troost biedt aan de corveeërs: ‘Want het is inderdaad triest voor de jongens, waarvan de meesten thuis geen hand hoeven uit te steken, om hier met hun vingers overgebleven etensresten van andermans borden te moeten vegen, om vette soeppannen te moeten schoonmaken, om met vaatdoekjes de tafels een goede beurt te geven en al die andere huishoudelijke karweitjes te moeten opknappen. En de jongens hoeven niet bang te zijn, dat ze thuis voortaan ook die werkjes moeten opknappen, want er zijn geen vrouwen aan boord, die later zullen gaan verkondigen, dat die Tarakanners toch zulke handige hulpjes in de huishouding zijn.’59

In tegenstelling tot de Tarakanreizen worden de reizen met de Slamat door de journalisten niet gevat in termen van ridderlijke queeste, rusteloosheid en bewegelijkheid. Meisjes tonen zich enthousiast, gehoorzaam en rustig. Wel worden ze in de kranten enige keren aangeduid als ontdekkingsreizigers: ‘Daar gaan ze, de ontdekkingsreizigers, enthousiast op zoek naar het schoone onbekende’, aldus Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië.60 Volgens de journalisten genoten de meisjes ondertussen erg van de luxe en de verzorging die hen werd geboden. De Telegraaf schreef in 1935:‘Meisjes worden meer ontzien dan jongens.’61 Dit lag volgens de krant aan het luxeverschil tussen de Slamat en de Tarakan. Dit verschil was volgens De Hollandsche Revue logisch: ‘Meisjes zijn, in ’t algemeen, nu eenmaal op meer comfort gesteld dan jongens’.62

  

 

De meisjes waren zogezegd niet alleen op comfort gesteld, maar de journalisten brachten ook naar voren dat zij het ‘zware kampeerleven’ aan boord van de Tarakan niet aankonden: ‘Voor dezen [meisjes] was het niet zoozeer kampeeren, dat kon men met de ontberingen, die er aan verbonden waren, der minder robuste zwakke helft niet aandoen. De meisjes mochten netjes in hutten slapen en er was bediening aan boord. Maar de jongens hebben echt gekampeerd, in massakwartieren, met corvée enzoo, onder zeer strenge tucht maar toch à la guerre comme à la guerre […]’,63 aldus de Nieuwe Venlosche Courant in 1935.

Naast het comfort en de verzorging die de meisjes genoten, benadrukten de journalisten de huiselijkheid van de meisjes en hun toekomstige rol als echtgenote en moeder. Zo verhaalde De Hollandsche Revue in 1936 over de rondleidingen, die alle jaren zowel op de Tarakan als de Slamat werden gegeven, dat de meisjes weinig aandacht hadden voor de techniek aan boord en zich vooral richtten op de kombuis, waar voedsel werd bereid en opgeslagen: ‘Voor het inwendige van haar drijvend tehuis, toonden de meisjes groote belangstelling. Als a.s. huisvrouwen werden vooral de keukens en de koelkamers, met reusachtige voorraden, aandachtig bekeken’.64 Meisjes verhouden zich volgens de journalisten meer tot het huiselijke en moderne dan jongens: ‘Zij gaan niet ver, en zij blijven maar een week weg. Zij staan onder voortreffelijke leiding en het zijn moderne, zelfstandige jonge meisjes’, schreef De Telegraaf.65 In tegenstelling tot de meisjes worden de jongens in geen enkele publicatie ‘modern’ genoemd.

Conclusie

Binnen de geschiedenis van het toerisme is gender een cruciale categorie om culturele constructies, ideeën en praktijken te duiden. In navolging van de ideeën van de vrije jeugdbeweging en de populariteit van jeugd- en reisverenigingen riepen de SMN en RL cruisereizen voor jongeren in het leven. Hiermee speelden de rederijen in op het romantische sentiment van hun tijd: het schip bracht de jongeren van Nederland tezamen en brachten hen gezamenlijk naar de natuur. Het doel van de reisbeschrijvingen van de journalisten was om de jeugd en hun ouders te enthousiasmeren om ook een cruisereis te gaan maken en tegelijkertijd de reizen van betekenis te voorzien.

Voor hun beschrijvingen baseerden de journalisten zich op thematiek uit het literaire genre reisbeschrijvingen en beschreven de reis zodoende als een masculiene activiteit. Door de journalisten werden de Tarakanreizen beschreven als een queeste, waarin jongens de mogelijkheid hadden om een andere, rusteloze, beweeglijke, sensuele identiteit te ontdekken. De jongens toonden hun ridderlijkheid, dapperheid en heldendom in het trotseren van de zeeziekte en de zoektocht naar de Noorse meisjes. De Slamatsters waren uitgesloten van deze masculiene voorrechten. De meisjes werden door de journalisten passiever neergezet, werden zelfs als ‘zwak’ bestempeld en ze waren niet bestand tegen de ‘ontberingen’ die de jongens tijdens hun avontuur moesten doormaken. Daarentegen werden de meisjes in de reisverslaggeving verbonden aan het moderne, comfortabele, huiselijke en geciviliseerde leven; de wereld van het thuisland. In plaats van de civilisatie en de netheid wild van zich af te schudden, zoals de jongens tijdens hun reizen deden, werden de meisjes gepresenteerd als passief en netjes en werden zij op die manier verbonden aan de moderne civilisatie. De moderniteit werd in de verslaggeving over de jongensreizen negatief geïnterpreteerd. De jongens werden daarentegen positief verbonden met het vrije avontuur, ver verwijderd van de civilisatie met zijn regels, gewoonten en beperkingen.

De case van de Tarakan- en Slamatreizen laat zien hoe jeugdcruises in het begin van de twintigste eeuw werden gepresenteerd rond ideeën over verschillen tussen jongens en meisjes. Door dit onderscheid te benadrukken, gaven de verslaggevers betekenis aan de reizen. De verslaggeving over de Slamat- en Tarakanreizen wordt gekenmerkt door verschillende narratieven die de ambivalente houding tegenover de moderniteit weerspiegelen, vertaald in de dominante gendertegenstelling dat vrouwen een rol binnenshuis te vervullen hebben en mannen buitenshuis. Het toerisme fungeert zodoende als een spiegel van maatschappelijke ideeën en praktijken.

De verslaggeving van de journalisten zegt niets over de reisbeleving van de jonge passagiers. Voor vervolgonderzoek is het interessant om na te gaan in hoeverre jeugdige reizigers zich conformeerden aan deze gepresenteerde genderopvattingen of dat zij in hun verslagen uiting gaven aan andere praktijken en zelfbeelden.

Over de auteur:

Iris van der Zande studeerde Geschiedenis aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit van Amsterdam. In 2017 deed zij als prof. dr. Warnsinck Fellow onderzoek naar jeugdreizen per schip in de jaren dertig. Tussen 2015 en 2019 publiceerde ze over cruisereizen naar Noorwegen in het Interbellum, de Tarakanreizen en cruisereizen van de Oranje in de jaren vijftig en zestig. In 2018 is zij aan de Open Universiteit begonnen aan haar promotie­onderzoek naar de agency van gevangenen in Nederland in de lange negentiende eeuw.

E-mail: iris.vanderzande@ou.nl">iris.vanderzande@ou.nl